Extra informatie B+W
Een gekleurd filterglas absorbeert van het erop vallende (witte) licht een bepaald deel van zijn complementaire kleur en laat de rest, die uit een menging van alle andere kleuren bestaat, door. Een fotografisch geelfilter bijvoorbeeld absorbeert een deel van het blauwe licht en laat de rest, die uit een menging bestaat, gelig werken. Voor bepaalde technische toepassingen zijn er echter ook “strenge” geelfilters (smallebandfilters) die niet alleen een deel van het blauwe licht, maar alles wat niet geel is, absorberen. Als er bij een fotografisch geelfilter voor zwart-witopnamen in plaats van wit licht gekleurd licht door het filterglas valt, wordt uit deze menging een deel van de blauwe component, indien aanwezig, geabsorbeerd, waardoor de helderheidsindruk verandert. Door een geelfilter gefotografeerd, wordt een blauwe hemel duidelijk donkerder; groen gebladerte en gras met hun kleiner blauwaandeel zullen in een nauwelijks veranderde grijswaarde worden weergegeven; gele of oranje bloemen zonder blauwaandeel kunnen hun helderheid niet verliezen en werken daarom in relatie tot de andere, in een donkerder grijs omgezette kleuren als opgehelderd. Een filter voor het objectief vermindert dus, afhankelijk van zijn dichtheid, de totale helderheid wat bij de TTL-belichtingsmeting van de moderne camera’s echter automatisch wordt gecorrigeerd. Natuurkundig verschijnsel}Licht is een natuurkundig verschijnsel met vele facetten. Het plant zich met een onvoorstelbaar hoge snelheid voort en transporteert energie – ook in het volledig luchtledige. Licht kan door “doorzichtige” materie dringen en daarbij van zijn rechtlijnig pad afwijken, diffuus of gericht gereflecteerd worden, geabsorbeerd worden en van “kleur” veranderen. Licht heeft generaties natuurkundigen beziggehouden en astronomen de geheimen van het heelal verraden met afstanden die ons menselijk voorstellingsvermogen te buiten gaan. Licht is het medium waarmee wij ons “een beeld vormen”.Het wezen van het licht is zo complex, dat we twee verschillende natuurkundige modellen nodig hebben om ons de gedeeltelijk tegengesteld lijkende eigenschappen te verklaren: licht kan zich gedragen alsof het uit kleine, door de ruimte zwevende kogeltjes (“photonen”) berstaat, die, als ze op materie botsen, een werking als het “foto-effect” veroorzaken, waarop bijvoorbeeld de werking van een belichtingsmeter berust. In andere situaties echter gedraagt het licht zich als een zich bolvormig, in de ruimte voortplantend golfverschijnsel dat uit met elkaar verweven, axiaal trillende elektrische en magnetische velden bestaat. Het aantal van deze trillingen per seconde (ong. 600.000.000.000.000) is al net zo onvoorstelbaar als de voortplantingssnelheid van het licht (bijna 300.000 km per seconde). De golflengten van deze trillingen kunnen we ons iets beter voorstellen: ong. 380 nm tot 750 nm (nanometer) of rond de 1/2000 millimeter. De verschillende golflengten nemen wij waar als verschillende kleuren, de kortste als violet, dan blauw, groen geel oranje rood. Wit licht is niets anders dan de menging van al deze kleuren in een verhouding zoals de zon die uitstraalt. Een door licht getroffen object kan het licht (nagenoeg) geheel, gedeeltelijk of (bijna) helemaal niet reflecteren. Reflecteert het alle golflengten ofwel kleuren gelijkmatig en nagenoeg geheel, dan vinden wij dat object wit. Reflecteert het gelijkmatig maar slechts gedeeltelijk, dan zien we het object bij wit licht als grijs en als het (bijna) niets reflecteert vinden we het zwart. De meeste objecten reflecteren echter niet alle kleuren in gelijke mate, maar de ene kleur meer dan een andere of helemaal niet. Dan lijkt het oppervlak van het object niet meer wit of grijs, maar gekleurd. Normaal genomen als “mengkleur”. Het in zijn kleuren verdeelde, witte licht noemt men het spectrum; in de natuur kunnen we dat als regenboog waarnemen. De kleuren van de regenboog zijn zuivere kleuren, want ze zijn elk voor zich te karakteriseren door hun golflengte. Een groen voorwerp daarentegen hoeft niet alleen het groen van een golflengte of een beperkt golflengte te reflecteren. Het kan ook purper absorberen en de overige spectraalkleuren meer of minder sterk reflecteren. Dit kleurmengsel zien we eveneens als groen. Als we aan deze groene mengkleur weer het ontbrekende purper toevoegen, zien we opnieuw wit. We noemen zulke tegenover elkaar staande kleuren die elkaar tot wit aanvullen complementaire kleuren. Andere voorbeelden zijn geel/blauw, of rood/blauwgroen. Als gekleurd licht zo wordt “opgeteld”tot gekleurd licht, gaat het om “additieve kleurmenging”. Dat is bijvoorbeeld het geval, wanneer twee schijnwerpers, waarvan de ene rood en de andere groen licht uitstralen, een scène verlichten en wij daar waar ze samenvallen geel licht zien. Wanneer we echter kleurstoffen met elkaar mengen of transparante kleuren over elkaar heen schilderen of drukken, gebeurt er iets heel anders: elke kleurstof absorbeert de aan zijn eigen kleur complementaire kleur, neemt dus van het witte licht wat weg zodat er minder wordt gereflecteerd dan er op valt. Deze kleurmenging heet dan ook “subtractief”. Mengen we hier weer rood met groen, maar dan op deze manier bijvoorbeeld met waterverf “subtractief”, dan ontstaat uit deze menging geen helderder kleur zoals geel, als bij de twee schijnwerpers, maar een donkerder en bruinzwarte kleur. Omdat fotografische filters in de beeldvormende, optische stralengang liggen, mogen zij, om de beeldkwaliteit niet te verstoren, alleen de genoemde absorptie-eigenschappen en geen enkele andere optische werking te hebben. Daarom moeten hun oppervlakken exact planparallel (zonder welvingen en prismatische fouten), perfect glad (ruwheid leidt tot strooilicht en soft-focuseffect) hun materiaal moet homogeen en geheel helder (geen slieren en vlekken) en de oppervlakken moeten zo min mogelijk reflecteren (anders ontstaan strooilicht en dubbelbeelden). Veeleisende vak- en hobbyfotografen over de gehele wereld kiezen daarom voor filters met B+W kwaliteit. B+W vervaardigt al meer dan vijftig jaar filters voor de meest uiteenlopende toepassingen. Deze ervaring biedt een vrijwel unieke know-how in de glas- en coatingstechnologie die, dankzij Schott-glas, de modernste bewerkingsmachines en de voortdurende kwaliteitscontroles tot topproducten bij dit wereldmerk leidt.
|